Sociale zekerheidZorg Door: Celina Gielkens18 jaar en dan? Wmo of toch verlengde jeugdhulp?

2 juni 2026

De overgang van de Jeugdwet naar de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) vormt voor veel jongeren een kwetsbaar kantelpunt. Juridisch gezien is het uitgangspunt helder: op grond van artikel 1.1 Jeugdwet eindigt de status van “jeugdige” bij het bereiken van het 18e levensjaar. Vanaf dat moment verschuift de verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning in beginsel naar de Wmo 2015. Daarnaast volgt uit artikel 1.2 van de Jeugdwet dat geen aanspraak op jeugdhulp bestaat indien een andere passende en voorliggende voorziening beschikbaar is. Van een dergelijke voorliggende voorziening is in principe sprake vanaf het bereiken van het 18e levensjaar.

 

Wettelijke kader vs praktijk

Toch is het beeld minder zwart-wit dan deze hoofdregel doet vermoeden. De Jeugdwet biedt namelijk in artikel 1.1 de ruimte om jeugdhulp na het 18e levensjaar voort te zetten, om te voorkomen dat jongvolwassenen tussen wal en schip geraken. Het doel is uitstroom uit de Jeugdwet. Dit kan tot uiterlijk 23 jaar, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. In praktijk wordt dit maar zelden toegekend en gebeurt juist hetgeen de wetgever had willen voorkomen; namelijk het tussen wal en schip raken en zonder begeleiding/ondersteuning te komen zitten. Juist op deze leeftijd kan dit ernstige gevolgen teweegbrengen.

Verlengde Jeugdhulp

Er kan verlengde jeugdhulp worden ingezet wanneer voortzetting van reeds lopende hulp noodzakelijk is, wanneer vóór het 18e jaar al is vastgesteld dat hulp nodig blijft, of wanneer binnen een half jaar na beëindiging blijkt dat hervatting noodzakelijk is. In die gevallen blijft de gemeente verantwoordelijk op grond van de Jeugdwet, ondanks het bereiken van het 18e levensjaar.

Daarnaast zijn er specifieke vormen van hulp die ook na het 18e levensjaar onder de Jeugdwet kunnen blijven vallen. Denk aan opvoedondersteuning, pleegzorg en gezinshuiszorg. Voor pleegzorg geldt zelfs dat deze in beginsel doorloopt tot 21 jaar, met de mogelijkheid tot verdere verlenging tot 23 jaar. Deze uitzonderingen onderstrepen dat de wetgever juist heeft beoogd om abrupte beëindiging van hulp bij het bereiken van het 18e levensjaar te willen voorkomen.

In de praktijk ontstaat echter regelmatig een gat in de ondersteuning. Een belangrijk knelpunt ligt in de overgang naar de Wmo 2015. Hoewel beide wetten beogen maatwerk te leveren, verschillen zij in systematiek en uitvoering. Zo kent de Jeugdwet een klassieke aanvraag- en beschikkingstructuur, terwijl de Wmo 2015 werkt met een melding, een onderzoek en pas daarna een aanvraag. De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn rechtspraak benadrukt dat gemeenten in beide kaders een zorgvuldig onderzoek moeten uitvoeren aan de hand van een vast stappenplan. Toch kan de uitkomst in de praktijk verschillen.

 

Hoewel de ondersteuningsbehoefte van jongvolwassenen niet noodzakelijkerwijs verandert bij het bereiken van het 18e levensjaar, kan de aard en omvang van de ondersteuning in de praktijk wijzigen doordat de beoordeling vanaf dat moment plaatsvindt binnen het kader van de Wmo 2015. Daarbij gelden andere wettelijke criteria, waarbij de nadruk bij de Jeugdwet ligt op gezond en veilig opgroeien en participatie, terwijl de Wmo 2015 zich richt op zelfredzaamheid en participatie van volwassenen. Dit kan leiden tot verschillen in uitkomst en soms tot discontinuïteit van zorg.

De Centrale Raad van Beroep heeft in zowel het kader van de Jeugdwet als de Wmo 2015 benadrukt dat gemeenten gehouden zijn een zorgvuldig, individueel onderzoek te verrichten alvorens ondersteuning wordt toegekend, gewijzigd of beëindigd. Dat laat echter onverlet dat de verschillende wettelijke kaders in de praktijk tot andere uitkomsten kunnen leiden.

Juist bij de overgang van jeugd- naar volwassenenzorg dient bijzondere aandacht te bestaan voor continuïteit van ondersteuning. De Jeugdwet biedt daarvoor expliciet ruimte, onder meer via verlengde jeugdhulp. Van gemeenten mag daarom worden verwacht dat zij tijdig beoordelen welk wettelijk kader passend is en dat zij voorkomen dat ondersteuning abrupt wegvalt enkel vanwege het bereiken van het 18e levensjaar.

Zoek tijdig contact

Bent u het oneens met een besluit van de gemeente of heeft u juridische bijstand of advies nodig in een geschil met de gemeente? U kunt tegen een stopzetting jeugdhulp of weigering verlengde jeugdhulp in bezwaar binnen zes weken na dagtekening van de beslissing/brief. Van belang is dan ook dat u tijdig acties uitzet en met een specialist contact opneemt om de bezwaarkansen te bespreken. Ook indien u een Wmo-beslissing heeft ontvangen en het niet eens bent met de inhoud van de indicatie (bijvoorbeeld het aantal uren begeleiding), dan kunt u bezwaar maken. Neem in dergelijke situatie contact met ons op via telefoon: 046 420 56 60 of per e-mail: socialezekerheid@kampsvanbaar.nl voor nader advies en/of bijstand in bezwaar.

 

https://kampsvanbaar.nl/wp-content/uploads/2020/02/KVB-logo-wit-footer-01-1280x800.png

Made by Creamy Concepts

Wilhelminastraat 25, 6131 KL Sittard
046-4205660
info@kampsvanbaar.nl

Volg ons op: