Een definitieve beslissing van het UWV hoeft niet altijd definitief te zijn. Onder omstandigheden kan een eerder genomen besluit alsnog inhoudelijk worden heroverwogen, ook wanneer de bezwaar- en beroepstermijnen al zijn verstreken. Dat is van groot belang voor mensen die de gevolgen ondervinden van een besluit dat mogelijk onjuist is, zoals een afgewezen WIA- of Wajongaanvraag, een te laag vastgestelde uitkering of een onterechte terugvordering. Met de Beleidsregel UWV Terugkomen van een vaststaande beslissing, die op 1 oktober 2025 in werking is getreden, heeft UWV de mogelijkheden verruimd om vaststaande besluiten alsnog inhoudelijk te beoordelen.
De beleidsregel vormt een belangrijke ontwikkeling binnen het sociaal zekerheidsrecht. Tot voor kort strandde een verzoek om terug te komen van een definitief besluit in de praktijk vaak op artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Degene die een herzieningsverzoek indiende, moest doorgaans nieuwe feiten of veranderde omstandigheden – de zogenoemde nova – aanvoeren. Ontbraken dergelijke nieuwe gegevens, dan werd een verzoek veelal afgewezen zonder dat inhoudelijk werd beoordeeld of het oorspronkelijke besluit wel juist was. Hoewel artikel 4:6 Awb UWV niet verplicht om een verzoek zonder nova af te wijzen, was dit jarenlang wel de gebruikelijke praktijk.
Met de nieuwe beleidsregel kiest UWV voor een ruimere benadering. Daarbij blijft het uitgangspunt dat nieuwe feiten een reden kunnen vormen om een eerder besluit te herzien, maar in een aantal situaties kan ook zonder nova een inhoudelijke beoordeling plaatsvinden. De aandacht verschuift daarmee van een voornamelijk procedurele benadering naar de vraag of het oorspronkelijke besluit materieel juist is geweest. Daarmee sluit de beleidsregel aan bij de bredere ontwikkeling binnen het bestuursrecht, waarin niet alleen rechtszekerheid, maar ook materiële rechtvaardigheid en de menselijke maat een steeds belangrijkere rol spelen.
Vooral van belang is dat de beleidsregel een belangrijke verruiming van de herzieningsmogelijkheden biedt voor besluiten die minder dan vijf jaar oud zijn. De beleidsregel maakt het namelijk niet langer noodzakelijk dat er nova aan de orde moeten zijn. Wanneer uit een deugdelijk gemotiveerd verzoek blijkt dat het eerdere besluit mogelijk onjuist is geweest, kan UWV beslissen het besluit opnieuw inhoudelijk te beoordelen. Indien vervolgens wordt vastgesteld dat het oorspronkelijke besluit inderdaad onjuist was, kan dit leiden tot herstel van het recht en – afhankelijk van de omstandigheden – tot een correctie met terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar.
Bovendien biedt de beleidsregel mogelijkheden voor mensen met een zogenoemde duuraanspraak. Van een duuraanspraak is sprake wanneer een uitkering nog doorloopt, of zou hebben doorgelopen indien het eerdere besluit geen afwijzing had bevat. Dit betekent dat de beleidsregel niet alleen relevant is voor mensen die momenteel een
WIA-, WAO-, Wajong- of Ziektewetuitkering ontvangen, maar ook voor personen van wie een dergelijke uitkering in het verleden is afgewezen en die, als destijds een juiste beslissing was genomen, nog steeds recht op die uitkering zouden hebben gehad. Juist vanwege het voortdurende karakter van deze aanspraken kan UWV ook zonder nieuwe feiten overgaan tot een inhoudelijke beoordeling. Voorwaarde blijft wel dat het verzoek zorgvuldig en overtuigend wordt onderbouwd en voldoende inzicht geeft waarom het eerdere besluit mogelijk onjuist is geweest.
Ook mensen die nog altijd worden geconfronteerd met een terugvordering of invordering door UWV kunnen baat hebben bij de nieuwe beleidsregel. Omdat de financiële gevolgen van het eerdere besluit nog steeds voortduren, kan UWV ook in deze situaties een inhoudelijke beoordeling verrichten, ook wanneer geen nieuwe feiten beschikbaar zijn. Daarmee wordt voorkomen dat iemand jarenlang de gevolgen blijft dragen van een besluit dat mogelijk niet juist is geweest.
Een ander belangrijk onderdeel van de beleidsregel is de aandacht voor kennelijke fouten. Bij ieder verzoek onderzoekt UWV of de eerdere beslissing een duidelijke materiële fout bevat, bijvoorbeeld doordat de wet onjuist is toegepast of sprake is van een evidente vergissing. Daarmee wordt onderstreept dat het herstellen van onjuiste besluitvorming soms zwaarder moet wegen dan het vasthouden aan de formele rechtskracht van een beslissing. Dat sluit aan bij een bredere ontwikkeling in het bestuursrecht, waarin steeds meer aandacht bestaat voor een zorgvuldige en inhoudelijk juiste besluitvorming.
Hoewel de beleidsregel de mogelijkheden om terug te komen van een eerder besluit aanzienlijk verruimt, betekent dit niet dat ieder herzieningsverzoek automatisch wordt toegewezen. Het succes van een herzieningsverzoek staat of valt met een zorgvuldige juridische onderbouwing. Er zal overtuigend moeten worden gemotiveerd waarom het eerdere besluit onjuist is en waarom de beleidsregel in de specifieke situatie toepassing behoort te vinden.
Ons kantoor is gespecialiseerd in het sociaal zekerheidsrecht en beschikt over ruime ervaring met procedures tegen UWV. Wij beoordelen graag of de nieuwe beleidsregel ook in uw situatie mogelijkheden biedt om een eerder beslissing alsnog met succes ter discussie te stellen. Heeft u twijfels over een oude beslissing van UWV? Neem dan gerust contact met ons op. Mogelijk biedt de nieuwe beleidsregel precies de opening die eerder ontbrak om alsnog het recht te krijgen waarop u aanspraak heeft.


