Reparatie als doel of middel? Hoe de Verordening productveiligheid en de Reparatierichtlijn elkaar aanvullen én waar ze wringen
De Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid en de Richtlijn ter bevordering van reparatie van goederen zet Europese regelgeving over consumentenproducten op de kaart, maar lopen veiligheid en duurzaamheid echt synchroon? In dit artikel wordt de kern van de Verordening productveiligheid met de Reparatierichtlijn vergeleken. Waar moet u als producent, distributeur of jurist op letten?
De Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid (van toepassing sinds 13 december 2024) en de Richtlijn ter bevordering van reparatie van goederen (Reparatierichtlijn, gepubliceerd 10 juli 2024) maken reparatie en veiligheid van producten onderwerp van actuele regelgeving. Beiden raken hetzelfde terrein: gebrekkige c.q. non-conforme producten. Echter, beiden hanteren een ander vertrekpunt en logica. Hierna zullen de verschillen en raakvlakken besproken worden waarna enkele praktische aandachtspunten gegeven zullen worden voor contracten en ketenafspraken.
De Verordening productveiligheid is primair regulatorisch en veiligheid-gedreven. Dit betekent dat marktdeelnemers alleen ‘veilige producten’ op de markt mogen brengen en passende procedures voor productveiligheid dienen te hebben (artikel 5 Verordening). Opvallend daarbij is dat de Verordening consumenten directe remedies biedt jegens de verantwoordelijke marktdeelnemer in geval van een terugroeping (artikel 37), met als opties onder andere reparatie, vervanging of terugbetaling. Tegelijk zijn die remedies onderworpen aan veiligheidsoverwegingen en praktische beperkingen. Zo is reparatie slechts één van de mogelijke opties en mag dit alternatief niet worden voorgesteld als dit de veiligheid zou aangrijpen.
De Reparatierichtlijn neemt daarentegen expliciet duurzaamheid en de circulaire economie als uitgangspunt. Zij legt fabrikanten (en in bepaalde gevallen hun vertegenwoordigers, importeurs of distributeurs) een actieve reparatieverplichting op. Op verzoek van de consument moet de fabrikant reparatie aanbieden voor een nader omschreven groep goederen, tenzij reparatie feitelijk onmogelijk is. De richtlijn regelt ook beschikbaarheid van reserveonderdelen, reparatie-informatie, en informatieverplichtingen richting consument én beschermt de consument tegen onredelijke weigeringen of prijsconstructies.
Waar ze elkaar raken en waar de wrijving zit
Aanvulling en overlap
Beide instrumenten erkennen reparatie als relevant middel: de Verordening noemt reparatie expliciet als een mogelijke remedie bij een veiligheidsprobleem, de Reparatierichtlijn maakt reparatie tot een standaardremedie voor een reeks consumentengoederen. Daarnaast leggen beide instrumenten nieuwe informatieverplichtingen en traceerbaarheidseisen op die operationele betekenis hebben voor fabrikanten, distributeurs en onlineplatforms.
Spanningsveld
De Verordening plaatst veiligheid onomstotelijk op de eerste plaats. Reparatie mag niet worden gekozen als dat de consument in gevaar brengt. De Reparatierichtlijn, zoals de naam al doet vermoeden, beoogt juist maximaal in te zetten op reparatie. Daardoor ontstaat een spanningsveld: bij een ‘recall’ zal de fabrikant op basis van productveiligheid mogelijk kiezen voor vervanging of terugbetaling in plaats van reparatie, ook al stimuleert de Reparatierichtlijn juíst reparatie.
Bovendien regelt de Reparatierichtlijn dat reparatie kosteloos of tegen redelijke vergoeding kan worden aangeboden en bevat de richtlijn regels met betrekking tot onderdelen en toegang voor onafhankelijke reparateurs. De Verordening daarentegen benoemt geen specifieke financieringsregel, nu de consument bij het schenden van een (veiligheids)norm recht heeft op kosteloos herstel. Daarbij is onduidelijk wie in de keten uiteindelijk betaalt. Deze praktische leemte vereist derhalve contractuele afspraken tussen partijen. Concluderend kan worden gesteld dat de Verordening productveiligheid reparatie slechts als een middel ziet waar de fabrikant eenvoudig van kan afzien, terwijl de Reparatierichtlijn de fabrikant in beginsel verplicht op een verzoek tot reparatie van de consument in te gaan en slechts beperkte weigeringsgronden toestaat.
Praktische en contractuele gevolgen: enkele aandachtspunten voor ketencontracten
- Neem afspraken op over de kostenverdeling. Welke partij neemt de kosten voor rekening voor de directe kosten van reparatie, vervanging en logistiek? Zowel voor recalls (productveiligheid) als reparatieverzoeken (Reparatierichtlijn). Maak in ieder geval onderscheid tussen verplichtingen die voortkomen uit productveiligheid en die voortvloeien uit het geldende consumentenrecht.
- Verplicht partijen tot medewerking bij traceerbaarheid, informatieverstrekking aan consumenten en markttoezichthouders én tot het bijhouden van interne procedures zoals de Verordening verlangt.
- Controleer commerciële garanties op uitsluitingsclausules voor derdenreparaties en pas ze aan aan de beperkingen die de Reparatierichtlijn stelt (bijv. weigering door fabrikant is beperkt).
- Contracteer de beschikbaarheid van reserveonderdelen, reparatie- en onderhoudsinformatie en de voorwaarden waaronder onafhankelijke reparateurs onderdelen en tools mogen gebruiken.
- De Reparatierichtlijn vereist implementatie door lidstaten (deadline 31 juli 2026). Anticipeer daarop alvast in nieuw af te sluiten en te verlengen overeenkomsten.
Samenvattend vullen de twee instrumenten elkaar deels aan. De Verordening versterkt het veiligheids- en toezichtskader, de Reparatierichtlijn bevordert reparatie en circulariteit. Voor de praktijk betekent dat niet zozeer een juridisch conflict als wel een spanningsveld dat vraagt om heldere ketenafspraken. Voor juristen en contracten is de opdracht helder: vertaal de nieuwe regels naar concrete allocatie van risico’s, kosten en taken in de supply chain en zorg dat interne procedures en contractuele bepalingen elkaar aanvullen zodat veiligheid én duurzaamheid reëel en realiseerbaar blijven.
Heeft u vragen over het bovenstaande? Neem dan gerust contact op met ons kantoor. Dit kan telefonisch via 046 – 420 56 60 of per e-mail via info@kampsvanbaar.nl.



