Een door de werkgever te betalen transitievergoeding wordt door het UWV, als voldaan is aan bepaalde voorwaarden, gecompenseerd. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel dat de compensatieregeling wil inperken, waardoor compensatie in minder situaties wordt toegekend.
De wet bepaalt dat een werkgever een transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd is wanneer de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt opgezegd of ontbonden of wanneer de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, op initiatief van de werkgever, niet wordt verlengd.
De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband en de hoogte van het loon. Bij een dienstverband van vele jaren kan de transitievergoeding een substantieel bedrag bereiken.
Voor specifieke situaties heeft de wetgever voorzien in compensatieregelingen om de financiële gevolgen van (een) te betalen transitievergoeding(en) voor de kleine werkgevers op te vangen.
Een kleine werkgever – een werkgever met minder dan 25 werknemers – kan compensatie krijgen van de transitievergoeding als het dienstverband eindigt wegens bedrijfsbeëindiging, pensionering of overlijden van de werkgever. Dit zijn de hoofdregels; de wet stelt nog aanvullende voorwaarden.
Daarnaast kan er ook een verzoek tot compensatie van de transitievergoeding worden ingediend bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst van een werknemer die langdurig – meer dan twee jaar – arbeidsongeschikt is.
De huidige compensatieregeling voor wat betreft de situatie van de langdurig arbeidsongeschikte werknemer is niet beperkt tot enkel de kleine werkgever. Iedere werkgever – dus ook middelgrote en grote werkgevers – kunnen in beginsel een dergelijke compensatieaanvraag bij het UWV indienen.
In 2025 is er een wetsvoorstel ‘in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers’ gepresenteerd. Indien dit wetsvoorstel zou worden goedgekeurd en daadwerkelijk in werking treedt dan raakt dit de middelgrote en grote werkgever (werkgevers met meer dan 25 werknemers). Een te betalen transitievergoeding bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst met een langdurige arbeidsongeschikte werknemer wordt in dat geval namelijk niet meer gecompenseerd door het UWV.
In de toelichting op het wetsvoorstel is aangegeven dat de beoogde datum inwerkingtreding van de wet 1 juli 2026 is. Het is echter ten eerste de vraag óf deze wet in de huidige vorm, dus conform het wetsvoorstel, wordt aangenomen. Ten tweede is het de vraag wanneer deze wet in werking zal treden.
Het is namelijk nog niet gezegd dat het wetsvoorstel aangenomen gaat worden. Op 17 september 2025 heeft de Raad van State een kritisch advies uitgebracht naar aanleiding van het wetsvoorstel. De Raad van State adviseert het wetgevingsproces van het huidige wetsvoorstel niet voort te zetten, tenzij het wetsvoorstel wordt aangepast. De Raad van State wijst onder meer op de conflictgevoeligheid van de compensatieregeling (gelet op de (arbitraire) grens van 25 werknemers) en het risico van het toenemend aantal ‘slapende dienstverbanden’. Hiermee wordt gedoeld op de praktijk dat werkgevers ervoor kiezen om dienstverbanden met langdurige zieke werknemers niet te beëindigen maar in stand houden zonder dat er enige loondoorbetalingsverplichting meer is. Ook doet de Raad van State de suggestie om de, op grond van de wet, verplicht te betalen transitievergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te schrappen.
De toekomst zal dus moeten uitwijzen hoe de compensatieregeling eruit zal gaan zien. Voor werkgevers is het raadzaam de ontwikkelingen op dit vlak te blijven volgen om, waar mogelijk, te kunnen anticiperen op toekomstige wetgeving. Wij houden u op de hoogte.
Wilt u meer weten of heeft u een vraag? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten van KampsVanBaar Advocaten via 046 420 56 60 of info@kampsvanbaar.nl.



