Sociale zekerheid Door: Ivo GijsenEen kantelpunt voor arbeidsongeschiktheids-beoordelingen bij ME/CVS

4 maart 2026

Een kantelpunt voor arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen bij ME/CVS

Op 17 juli 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) drie baanbrekende uitspraken gedaan over de beoordeling van arbeidsongeschiktheid bij mensen met ME/CVS. Daarmee zet de Raad een fundamentele stap: voor het eerst krijgen verschillende onderzoeksmethoden expliciet erkenning. Dit markeert een duidelijke breuk met eerdere rechtspraak en heeft verstrekkende gevolgen voor de uitvoeringspraktijk van UWV, evenals voor lopende en toekomstige procedures, ook bij vergelijkbare aandoeningen zoals long covid en fibromyalgie, althans dat is onze verwachting.


Waar ging het om?

In alle drie de zaken ging het om personen met ME/CVS die volgens UWV in staat zouden zijn om 32 tot 40 uur per week te werken. De betrokkenen bestreden dit en stelden dat hun beperkingen, met name op energetisch, cognitief en orthostatisch vlak, structureel zijn onderschat. Aanvankelijk volgde de rechtbank het primaire oordeel van UWV.

Naast de omvang van de beperkingen stond ook de wijze van onderzoek (lees objectivering) centraal. UWV betwistte de wetenschappelijke waarde van de door Cardiozorg gebruikte methoden, zoals de tweedaagse inspanningstest (CPET), de kanteltafeltest, vragenlijsten (CIS, SF-36) en de N-Back-test.

 

Deskundigenonderzoek doorslaggevend

De CRvB benoemde emeritus hoogleraar interne geneeskunde prof. dr. J.W.M. van der Meer als onafhankelijk deskundige. Zijn conclusie is helder en stevig onderbouwd:
de klachten van betrokkenen passen volledig binnen het ziektebeeld ME/CVS en zijn ondersteund door objectieve bevindingen.

Volgens Van der Meer zijn de toegepaste methoden door Cardiozorg bovendien wetenschappelijk gevalideerd, internationaal erkend én geschikt om beperkingen bij ME/CVS inzichtelijk te maken.

De Raad volgt deze conclusies op alle punten. Voorts oordeelt de Raad onder meer dat de diagnose ME/CVS moet worden overgenomen, PEM (post-exertional malaise), orthostatische intolerantie (waaronder POTS)[1] en cognitieve beperkingen expliciet moeten worden meegewogen, de gebruikte testen niet mogen worden afgedaan als “louter subjectief”, hoge scores op gevalideerde vragenlijsten relevant zijn voor het arbeidsvermogen en een substantiële urenbeperking noodzakelijk kan zijn.

 

Betekenis voor de praktijk

Deze uitspraken hebben ons inziens vanaf nu een belangrijke rol in de praktijk. De onderzoeksmethode bepaalt immers mede hoe ME/CVS door UWV moet worden beoordeeld. Verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van UWV doen er goed aan om dit kader toe te passen in vergelijkbare gevallen. Dat betekent ons inziens tevens dat UWV zal moet erkennen dat ME/CVS-patiënten regelmatig in het verleden verkeerd zijn beoordeeld. Bekend is dat bij verschillende UWV kantoren nog vergelijkbare hoger-beroepsprocedures lopen. Hier heeft de Raad aan UWV verzocht of voornoemde uitspraken aanleiding geven om deze dossiers te bekijken. In veel gevallen is door UWV uitstel gevraagd, zo is onze ervaring. Het valt dus nog te bezien in hoeverre UWV het nieuw gestelde kader zal toepassen.

De kern ligt daarbij niet zozeer bij de erkenning van de diagnose, maar bij de erkenning dat moeilijk objectiveerbare klachten wél objectief onderzocht kunnen worden door middel van verschillende methodes én dat hiermee wel degelijk rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. Daarmee reikt de relevantie verder dan alleen ME/CVS. Denk aan de recente ontwikkelingen rond long covid en fibromyalgie waar eveneens sprake is van moeilijk objectiveerbare, maar wel reële en langdurige beperkingen.

Conclusie
Deze uitspraken bieden terecht hoop: zij brengen meer ruimte voor een zorgvuldige, evidence-based beoordeling van complexe ziektebeelden als ME/CVS en doorbreken een langdurig patroon van onderschatting aan de zijde van UWV bij arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen. Tegelijk zal de praktijk moeten uitwijzen wat het verdere verloop zal zijn. Vast staat in ieder geval dat de gedane uitspraken een veelbelovende stap vooruit zijn!

Heeft u hulp nodig bij vraagstukken, procedures of herzieningsverzoeken over een WIA- of ZW-uitkering? Dat kan gaan om bezwaar, beroep of hoger beroep, maar ook om situaties waarin al een onherroepelijk besluit is genomen en er aanleiding bestaat voor een herzieningsverzoek. Neem dan gerust contact met ons op via 046 420 56 60 of socialezekerheid@kampsvanbaar.nl

 

De betreffende uitspraken:

[1] PEM: zieker worden na inspanning;

OI: orthostatische intolerantie, zieker worden bij rechtop staan of zitten;

POTS: een specifieke vorm van OI met een abnormaal verhoogde hart­slag bij rechtop staan of zitten.